Over de zin en onzin van vaccins

Wanneer bacteriën of virussen ons lichaam aanvallen, spreken we van een infectie. Het is zo’n infectie die er voor zorgt dat je ziek wordt. De witte bloedcellen in onze bloedstroom zijn verantwoordelijk voor het aanvallen van de ziekteverwekkers en hebben daarvoor verschillende hulpmiddelen: B-lymfocyten, T-lymfocyten en macrofagen. Deze laatste breken de Edward Jenner, ontdekker van het eerste vaccin (bron: Wikipedia)ziekteverwekkers af in kleinere stukjes, die antigenen genoemd worden. Deze worden door ons lichaam herkend en stimuleren de aanval op de ziekteverwekkers. Hier komen de lymfocyten in actie. B-lymfocyten produceren antilichamen om de antigenen aan te vallen en T-lymfocyten vallen cellen aan die al geïnfecteerd zijn door de ziekte.

De eerste keer dat we met een bepaalde ziekteverwekker in aanraking komen duurt het een tijdje voor ons lichaam in actie kan komen. Na de overwinning blijven er echter een aantal T-lymfocyten als een soort geheugen achter in onze bloedbaan. Deze zorgen er voor dat we bij een volgende infectie efficiënter kunnen optreden en de ziekte sneller kunnen vernietigen.

Bij een vaccinatie wordt een verzwakte versie of slecht een deel van de ziekteverwekker in het lichaam gebracht. Deze bevatten dezelfde antigenen als de echte ziekteverwekkers, maar zijn niet in staat dezelfde infectie te veroorzaken. Zo wordt ons immuunsysteem gestimuleerd om geheugencellen aan te maken die er voor zorgen dat we voorbereid zijn als de echte ziekteverwekker aanklopt.

Lees verder...

Geplaatst door Marjolein op 24/04/2016 om 13:12

Pagina 1 - 2 - 3 - 4