MENS 68 - Aspecten van evolutie - Darwinisme in biologie en maatschappij

Download

Tot op het einde van de middeleeuwen was er van natuurwetenschappen nauwelijks sprake. In de westerse wereld werd de Bijbel beschouwd als de universele bron van kennis. Voor wat daar niet in stond kwam men vooral terecht bij geschriften van de oudheid die praktisch kritiekloos werden overgenomen voor zo ver zij niet in tegenspraak met de Bijbel waren. Ideeën die hiermee niet overeenstemden werden desnoods gewelddadig onderdrukt en dit betekende een belangrijke rem op de ontwikkeling van de (natuur)wetenschappen. De renaissance (16e en 17e eeuw) en de eeuw van de verlichting (18e eeuw) worden gekenmerkt door een groeiende twijfel aan door de Kerk beïnvloede ideeën en theorieën met als gevolg de opkomst van op waarneming en rede gebaseerd denken. De aandacht voor vooral God en het hiernamaals verschoof daarbij naar vooral mens en natuur. Mede dank zij vele grote denkers deden de vernieuwingen zich voelen op zeer verschillende gebieden zoals kunsten, wetenschappen, samenleving, economie enz.. Speculaties over het bestaan van evolutie kregen een eerste grote impuls met de bloei van de geologie en de paleontologie op het einde van de 18e en begin van de 19e eeuw. Het inzicht dat aardmassa's ooit werden opgetild tot bergketens en dat de geologische lagen een sequentie vertonen van primitievere naar modernere levensvormen bracht de toen algemeen aanvaarde uit de Bijbel afgeleide ouderdom van de aarde van slechts enkele duizenden jaren in het gedrang. De gezaghebbende Franse paleontoloog Georges Cuvier (1769-1832) stelde toen de catastrofentheorie op. Deze stelt dat er in de loop van het bestaan van de aarde een reeks hevige catastrofen zijn voorgekomen waarna God telkens andere dieren en planten heeft geschapen en dat de schepping waarover in de Bijbel wordt verhaald hiervan slechts de allerlaatste is. Dit brengt ons in de 19e eeuw waarin evolutiebiologen een opvallende rol speelden in wat heden ook wel wordt aangeduid als de Darwiniaanse revolutie. Wij zouden dit ook kunnen aanduiden als de overgang van een hoofdzakelijk statisch wereldbeeld (alles is zoals het geschapen werd en veel kan daar niet aan veranderen) naar een in essentie dynamisch wereldbeeld (verandering is regel, het verleden is de sleutel tot het heden).

Terug naar het overzicht