Over de bamboe en de dieren

Het meest vertrouwd zijn we met de aanblik van de reuzenpanda (Ailuropoda melanoleuca) in een bamboewoud. Nochtans is dit niet zo natuurlijk: het dier behoort tot de familie van de beren, en stamt dus af van carnivoren, en heeft niet de erfelijke constitutie om cellulose in bamboe af te breken. Hij beschikt daarvoor echter over speciale darmbacteriën.

Grijze Halfmaki (Hapalemur griseus)
(bron: Heinonlein, op Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0)

Daarnaast zijn er nog verschillende lemuren (halfapen) die zich aan jonge scheuten van bamboe te goed doen. Dit is des te spectaculairder, daar deze scheuten vaak zogenaamde cyanogene glycosiden bevatten: suikermoleculen die bij afbraak in de maag en darmen het giftige cyanide (CN-) vrijstellen. In Azië treffen we zo de Golden Bamboo Lemur (Hapalemur aureus) aan – een van de meest bedreigde diersoorten op aarde. Ook elders komt dit diertje nog voor: samen met de Grijze Halfmaki (Hapalemur griseus),  en de Greater Bamboo Lemur (Prolemur simus) is hij een vaste klant van de Madagascariaanse reuzenbamboe Cathariostachys madagascariensis. Ook de rode panda  (Ailurus fulgens, present in Nepal, Myanmar, en Zuidwest-China) en een aantal bamboeratten (zoals Rhizomys sinensis, R. pruinosus en R. sumatrensis, uit China en Zuidoost-Azië) lusten wel een bamboestengel.

Minstens even spectaculair is de berggorilla (Gorilla beringei beringei) in hartje Afrika. Ook deze dieren voeden zich voornamelijk met bladeren en stengels, waaronder die van de lokale bamboesoorten, vooral tijdens het regenseizoen, wanneer de stengels groen en zacht zijn. Volwassen berggorilla’s verorberen tot 30 kg aan planten per dag, waarvan 90% uit bamboe bestaat. Ze zijn dus net als de reuzenpanda voor hun overleven afhankelijk van de gezondheid van de bamboe. Jammer genoeg is de populatie berggorilla’s niet eens meer 700 dieren sterk. En er zijn nog sterk bedreigde diersoorten die zich ophouden in de bamboewouden.

In Zuid-Amerika zijn er de brilbeer (Tremarctos ornatus), de bergtapir (Tapirus pinchaque) en verschillende zeldzame vogelsoorten; op Madagascar leeft er naast de reeds vermelde lemurensoorten ook nog de Madagascarschildpad (Astrochelys yniphora). Elke bijkomende verstoring van hun leefmilieu – en dus ook van de bamboes – kan fataal zijn voor het overleven van deze soorten.

Madagascarschildpad (Astrochelys yniphora)
(bron: Aaron Logan, http://www.lightmatter.net/gallery/albums.php, CC 1.0)

Hoe staat het dan met de bamboewouden zelf ? Van de 1200 soorten die we kennen, zijn er minstens de helft met uitroeien bedreigd. 250 soorten moeten het doen met een areaal dat kleiner is dan de stad Londen. Sommige zones, die het rijkst zijn aan bamboesoorten, zijn tevens het sterkst bedreigd door ontbossing. Wat we dus jammer genoeg telkens weer moeten herhalen, geldt dus ook voor het merendeel van de bamboes: we moeten dringend actie ondernemen om zoveel mogelijk soorten, en met hen hun hele ecosysteem, te vrijwaren.

Geplaatst door Geert op 24/07/2016 om 22:10