Mosterd: van wijsheid naar witchcraft

Dat mosterd in onze keuken een zeer gewaardeerd ingrediënt is voor allerlei bereidingen, hebben we in een vorig stukje uitgebreid besproken. Maar de plant, en vooral dan zijn zaden, hebben ook een culturele rol gespeeld. Een klein overzicht.

Zaden van de witte mosterd (Sinapis alba, links) en de zwarte mosterd (Brassica nigra, rechts).
Bewerking van figuren van Sanjay Acharya, Wikipedia, CC BY-SA 3.0
https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Sa_yellow_mustard.jpg
https://en.wikipedia.org/wiki/File:Black-mustard-seeds.jpg

De vroegste verwijzing naar mosterdzaadjes vinden we in een verhaal over Boeddha, uit de vijfde eeuw voor Christus. Hij vertelt hoe een rouwende moeder bij hem langskomt met het lichaam van haar dode zoon, om van haar leed verlost te worden. Boeddha geeft haar vervolgens de opdracht om hem een handvol mosterdzaadjes te brengen, afkomstig van een gezin dat nog nooit een kind, echtgenoot, ouder of vriend verloren heeft. Zodra de moeder echter vaststelt dat een dergelijk gezin niet te vinden is in haar dorp, beseft ze dat iedereen deelt in verdriet en verlies.

Veel bekender (in onze contreien alvast) is wellicht de parabel van het mosterdzaadje in het Nieuwe Testament. In het evangelie van Marcus (4, 30-32) zegt Jezus:

“Welke vergelijking kunnen we vinden voor het Rijk Gods en in welke gelijkenis zullen we het voorstellen? Het lijkt op een mosterdzaadje. Wanneer dat gezaaid wordt in de grond, is het wel het allerkleinste zaadje op aarde; maar eenmaal gezaaid, schiet het op en wordt groter dan alle tuingewassen, en het krijgt grote takken, zodat de vogels in zijn schaduw kunnen nestelen.”

(bron – Willibrordvertaling)

Nu kennen we ondertussen de mosterdplant, en om nu van takken te spreken, dat is toch wel wat bijbelse grootspraak. Niettemin is het beeld dat Jezus ophangt van de plant, een plaats waar vogels in schuilen, niet zo vreemd, zoals onderstaande figuur toont.

De grauwe gors (Emberiza calandra) tussen de mosterdbloemen
Dûrzan cîrano, Wikipedia, CC BY-SA 3.0

 

Nochtans had de mosterdplant in de Oudheid niet echt een geweldige reputatie. Plinius de Oudere (23-79 n.Chr.) beschrijft de plant in zijn Naturalis Historia als volgt, met een zeer genuanceerd oordeel:

“Scherp van smaak en vurig van effect is mosterd zeer gezond voor het lichaam. De plant wordt niet gekweekt, maar kan wel worden verplaatst, met goed gevolg. Echter, waar het zaad eenmaal is terechtgekomen, is het haast onmogelijk die plaats nog van de plant te bevrijden, aangezien het zaad snel kiemt, zodra het maar in de grond terechtkomt.”

(Naturalis Historiae, 19, 170)

Een oordeel dat ook doorklinkt in een van Joodse wetten uit Jezus’ tijd: het is verboden om mosterd in een tuin te planten, want eenmaal die plant er staat, is hij niet meer weg te krijgen. Wie mosterd zaait, zal niets anders dan mosterd oogsten. Maar wil dat dan niet zeggen dat de Mensenzoon het Rijk Gods in die parabel vergelijkt met een invasief stuk onkruid? Ja, maar ook dat zal wel zijn redenen hebben – wellicht bedoelde Jezus, dat als het geloof in God eenmaal is ontkiemd, het dan niet meer weg te branden is. Al vermoeden we dat Hij in moderne tijden eerder over bamboe of Japanse duizendknoop zou zijn begonnen.

De Parabel van het Mosterdzaad. Ets door Jan Luyken in de Bowyer Bible, Bolton, England.
Free Art License.

Ook het beeld dat het mosterdzaad het “allerkleinste zaadje” is, klopt niet (een mosterdzaad is 1-2 mm in diameter en groter dan het zaad van een ajuin, bijvoorbeeld), en is wellicht een retorische overdrijving. Nochtans blijkt het een populair idee: duizend jaar later gebruikt de Joodse filosoof Nahmanides (1194–1270) het beeld van het zeer kleine mosterdzaadje om aan te geven hoe groot het universum (volgens hem) was toen het door Jahwe geschapen werd. Nahmanides wil zijn lezers zo wijzen op de onbeduidendheid van onze wereld en hen nederigheid bijbrengen.

Ook de Koran gebruikt het mosterdzaad als symbool voor het allerkleinste wat kan bestaan. Zo zegt Soera 31, vers 16:

O mijn zoon! Als het gelijk is aan het gewicht van een mosterdzaadkorrel, en alhoewel het in een rots, of in de hemel of op de aarde is, zal Allah het voortbrengen.

En in Soera 21, vers 47:

En wanneer de daden van een moslim op de Dag des Oordeels worden gewikt en gewogen, en daarbij wordt vastgesteld dat zijn slechte daden zijn goede daden met slechts het gewicht van een mosterdzaad overstijgen, zal hij worden veroordeeld.

Tot slot richten we onze blik op een van de meesterwerken van de Engelse dramatiek – het beruchte “Scottish Play” van Shakespeare – een toneelstuk waarvan het traditionele bijgeloof zegt, dat wie de naam uitspreekt, zich blootstelt aan tijden van rampspoed. Wie minder bijgelovig is, mag ook gewoon Macbeth zeggen.

Macbeth en Banquo ontmoeten de drie heksen
Schilderij door Théodore Chasseriau, Musée d’Orsay. Publiek domein.

 

In het stuk voorspellen drie heksen aan de Schotse generaal Macbeth dat hij op een dag koning zal worden. Aangedreven door de ambitie van zijn gemalin, vermoordt Macbeth de zetelende koning Duncan, en neemt bezit van de troon. Verteerd door wroeging wordt hij een onuitstaanbare tiran, die niet aarzelt om anderen te doden om zijn geheim te verbergen. Bij de aanvang van het vierde bedrijf bereiden de heksen een wansmakelijke toverdrank die hen zal helpen hun voorspelling ten uitvoer te brengen. Het recept?

"Fillet of a fenny snake,
In the caldron boil and bake;
Eye of newt, and toe of frog,
Wool of bat, and tongue of dog,

Adder's fork, and blind-worm's sting,
Lizard's leg, and owlet's wing,
For a charm of powerful trouble,
Like a hell-broth boil and bubble."

Al deze ingrediënten zijn duidelijk gekozen omwille van hun dubbelzinnige benaming (en niet om hun magische krachten, uiteraard). Toe of frog duidt niet alleen op “kikkerteen”, maar is tegelijk een oude benaming voor de bladeren van Ranunculus bulbosus, de knolboterbloem. Adder’s fork staat voor addertong (een varen uit het geslacht Ophioglossum) of de hondstand (Erythronium dens-canis, een plant uit de leliefamilie), en Wool of bat verwijst dan weer naar een soort mos.

En de mosterd, hoor ik u vragen? Die zit verscholen in “eye of newt”: letterlijk “het oog van een salamander”, maar in feite de pikante nasmaak van de groentesoep in die heksenketel.

 

Ranunculus bulbosus - Erythronium dens-canis - Ophioglossum vulgatum

Bronnen: Kristian Peters – Fabelfroh, Wikipedia, CC BY-SA 3.0
Hubert Isopp, Wikipedia, CC BY-SA 3.0
Orchi, Wikipedia, CC BY-SA 3.0

 

 

Meer lezen?

https://www.buzzle.com/articles/meaning-of-shakespeares-macbeth-quote-eye-of-newt-and-toe-of-frog.html

http://www.tryskelion.com/herbs_old_world_names_for_herbs.html

Geplaatst door Geert op 07/11/2017 om 20:45